Gepubliceerd op 26 mei 2026 | REVIEW door Symphony Audio

Review Convergent Audio Technology: predators in the listening room

Samenvatting
Dit systeem hoort in het rijtje van allerbeste systemen die ondergetekende ooit heeft beluisterd. Een zeldzame combinatie van eigenschappen die je niet heel vaak tegenkomt. De set communiceert echt de gloed en warmte van stemmen, instrumenten en de akoestiek. Enorm uitnodigend en je wordt volledig en onontkoombaar in de muziek gezogen. Het klinkt ook erg relaxed.

Pluspunten
Ongekende glorieuze geluidskwaliteit, betrokkenheid en communicatie
Geoptimaliseerde buizentechniek samen met solid state realisme
Een systeem met de perfecte match
Bedoeld voor muziekliefhebbers
De SL1 wordt door velen nog steeds gezien als de beste voorversterker

Minpunten
Voor fervente tweakers is er weinig lol aan te beleven
Recent werd er geluisterd naar de nieuwste versterkers en kabels van Convergent Audio Technology, ook wel bekend als CAT. Dat was een dermate fascinerende ervaring dat uw recensent contact heeft gezocht met Ken Stevens om de techniek achter deze producten te bespreken en te ontdekken waar die prestaties dan vandaan komen. Het geeft rust om precies te weten waarom de dingen zijn zoals ze zijn.

Ken ziet de Marantz 7 en de latere Marantz 7C als de meest geroemde voorversterkers vanaf de vijftiger jaren en deze werden, volgens Ken, nooit verbeterd door andere fabricaten. Wel, de 7C (1964 – 1967) was in die jaren zeker een geweldig product maar technisch gezien zou je daar opmerkingen over kunnen hebben. Over de buizen, de interstage-koppeling, de voeding en de kwaliteit van schakelaars en componenten.

Ken gaf aan dat de originele SL1, die in 1985 op de markt kwam, deze Marantz overschaduwde. De SL1 had absoluut een enorme reputatie in de tachtiger en negentiger jaren en werd gezien als een referentie voorversterker in de high-end. Veel audioreviewers hadden deze versterker dan ook in gebruik. Formele veranderingen in het model waren er in 1987, 1989, 1991 en 1995. Er waren ook altijd updates beschikbaar voor de modellen. De SL1 heeft minstens een decennium deel uitgemaakt van systemen in de luisterruimtes van uw auteur en dat was niet zonder reden.

Back to tubes
Ken Stevens is engineer, wetenschapper en natuurkundige. Hij leerde aan de universiteit dat buizen ouderwets en problematisch waren en begon zijn eigen FET-voorversterker te ontwerpen, het idee van Matti Otala volgend en gepresenteerd op de AES (1973) om een TIM-vrije transistor voorversterker te bouwen.

Een vergelijking met de Audio Research SP3-A leerde al snel dat het niet lukte om die voorversterker beter te laten klinken. Ook de Dynaco PAS-3X won het ruimschoots van de door Ken verder doorontwikkelde FET-voorversterker. Ken keerde dus terug naar buizenontwerpen.

Uiteindelijk ontwikkelde Ken het kenmerkende ontwerp met tien buizen. Het bedrijf zelf moest ook nog wat hindernissen overwinnen, zoals dat vaak gaat met start-ups. In het begin klonk elke SL1 anders. Later werd de kwaliteitscontrole veel beter. Ken gaf aan dat hij afgeleerd heeft om veel te vertellen over nieuwe technieken.

Een belangrijk inzicht in die jaren was dat power conditioning nodig is om een beter geluid te krijgen. Dat leidde tot de gebruikelijke discussies met het type audiofielen die indertijd meenden alles beter te weten en power conditioning niet nodig achtten. Ken ontwikkelde dus power condition techniek voor de SL1 en werd daarin gesteund door George Tice die zo’n drie tot vier jaar later met de Power Block-techniek kwam. Beide heren hebben power condition op de agenda gekregen in high-end land. Ken gaf aan dat ze bij CAT de meest fascinerende en crazy technieken ontwikkelen, maar dat die altijd gebaseerd zijn op pure wetenschap. Waarover dus vrijwel niet wordt gesproken.

Power conditioning
Het probleem met de meeste power conditioners is dat die de dynamiek verminderen en zorgen voor een slappe basweergave. De isolatietechniek van CAT werkt alleen in het RF-gebied en zorgt ook voor een voortreffelijke common mode noise onderdrukking. Dat betekent dat er voor CAT-apparatuur geen externe power conditioners nodig zijn. Veel muziekliefhebbers zullen weten hoe desastreus het is om dubbele power conditioning toe te passen.

Verder inzoomend op de power conditioning gaf Ken aan dat echt goede power conditioning afgestemd moet zijn op de stroombehoefte van de versterker. Als er meer stroom nodig is mag die conditioner niet al te terughoudend zijn. Er werden derhalve zes prototype voedingstrafo’s ontwikkeld. Twee met EI, een R-core en een toroid.

Een EI-core heeft onder andere als voordeel dat kernverliezen worden geminimaliseerd. Vervolgens een conventionele trafo en een isolatietrafo. De isolatieversie van de EI-core voldeed het beste. Geen dynamiekverlies en geen problemen in het laag.

De laatste versies van de SL1 en de eindversterkers klinken absoluut superieur aan de vroegere versies, die hier in de luisterruimte hebben gespeeld. Het basisontwerp met de tien buizen in de SL1 is hetzelfde gebleven, dus wat maakt het grote verschil? Ken gaf aan dat de grootste verbetering komt uit de toepassing van Teflon circuit boards. Dat heeft een enorme verbetering van de resolutie gebracht.

Als tweede hebben de Black Path film condensators een grote invloed. Verdere verbeteringen zijn de toepassing van een core met enorm lage verliezen in de MC-transformator van de SL1, de toepassing van Black Gate elektrolytische condensatoren, aSC bekabeling en tuning van het elektronische circuit. Het dempen van de behuizing speelt ook een belangrijke rol. Voor de eindversterkers maakt de uitgangstransformator, met een core die minimale verliezen heeft, een zeer groot verschil.

Waarneming van minimale signalen

Vooruitlopend op de luisterresultaten moet gezegd worden dat de CAT-elektronica opvalt vanwege de transparantie en resolutie. De versterkers zetten een geluidsbeeld neer dat enorm innemend is en leken noemen dat ook muzikaal. Dat laatste kun je helemaal niet zeggen, want alleen muziek en personen kunnen muzikaal zijn, maar de muziekliefhebber snapt wel wat er bedoeld wordt.

Ken heeft een theorie waarmee hij dit karakter van de versterker verklaart. Signalen die 90dB onder de nullijn liggen zijn door meetapparatuur niet te traceren, maar wel door het gehoor van sommigen onder ons. We noemen die signalen ‘The first nanoWatt’. We nemen een 90dBA/Watt luidspreker. Dan is een nanoWatt vergelijkbaar met een geluidssterkte van 0 dBA. Een gemiddelde man kan een signaal dat met een vermogen van een nanoWatt tot stand komt waarnemen. Vrouwen kunnen gemiddeld nog geluid waarnemen van -10 dBA. Dat geldt ook voor audiofielen met zeer getrainde oren. Die kunnen dan 0.1 nanoWatt waarnemen. Sommigen kunnen nog geluid van -20 dBA waarnemen en kinderen vaak tot -30 dBA.

Belang van die eerste nanoWatt
Als je zelf die eerste nanoWatt waar kunt nemen en als de resolutie van de versterker het ook toelaat om die nanoWatt weer te geven, dan ontvangt een luisteraar alle nuances en subtiliteiten die in de opname aanwezig zijn. De theorie leert dat dit belangrijk is om emotioneel betrokken te raken bij de weergave.

Ken geeft aan dat de specificaties van apparatuur vrijwel nooit gaan over low level resolution en micro dynamische nuance. Er zijn oorzaken waarom een systeem die niet weer kunnen geven. Elektronica en kabels zitten vol met isolators en diëlektrische materialen. Die slaan energie op, laten dat los en veroorzaken tijdversmering en verminderde resolutie en transparantie.

CAT bouwt ook kabels en die werden toegepast in het beluisterde systeem. Ken komt met een kabelverhaal dat hout snijdt. In een opgebouwd systeem is het vrijwel niet mogelijk om te roepen dat als iets waargenomen wordt het dan aan de kabels ligt. Het kan alleen als in zo’n systeem verschillende kabels uit worden gewisseld en het bekend is wat een bepaalde kabel ongeveer doet. Dat laatste is tricky, want de interactie van een kabel met een systeem kan per systeem verschillen.

In het beluisterde systeem was in ieder geval niet iets waarneembaar dat eventueel toegeschreven zou kunnen worden aan de gebruikte kabels, of het zou moeten zijn dat de kabels hier kennelijk geen negatieve invloed uitoefenden. Ken heeft een geheel eigen idee over kabels. Hij geeft aan dat veel kabels moeite hebben met het halen van een ‘straight wire bypass test’. Dat lijkt een geldige waarneming want veel kabels kleuren enorm. De kabels die CAT bouwt hebben zogenaamde BARE conductors. Dat betekent dat ze geen dielectric hebben en dus geen energie-opslag en tijdversmering veroorzaken. Ze ‘klinken’ dus heel transparant. Daar zit wat in. Ondergetekende heeft een aantal interlinks gebouwd zonder isolerende materialen. Los van het enigszins onhandige karakter, zeker voor de power cables, presteren deze enorm transparant. Die bypass-test doet CAT ook met condensatoren.

Amorfe geleiders
CAT gebruikt geleiders van amorfe metalen. Ken zet zich af tegen de huidige mode die gaat over ‘mono crystal’, ‘large crystal’ en ‘single crystal’ kabels. Al die termen gaan over kabels met een geordende kristalstructuur en dat maakt deze kabels sterk, maar ook gevoelig voor resonanties. Die resonanties veroorzaken het typische klankmatige karakter van zo’n kabel en maken dat er verschillen zijn in het geluid van bijvoorbeeld zilveren, koperen en aluminium kabels. Een ander nadeel van die kabels is dat kristallen kunnen breken en die stijle breuken veroorzaken zogenaamde ‘grain’ (rafeligheid of korreligheid in het geluid).

Geleiders van amorfe metalen hebben een ongeordende kristalstructuur. Het is technisch mogelijk om zulke geleiders te maken, die meestal uit een alloy (samensmelting van verschillende materialen) bestaan. Technieken zijn onder andere het zeer snel afkoelen, dan krijgen atomen niet de kans om zich georganiseerd te rangschikken. Zulke geleiders ‘klinken’ enorm relaxed over de hele audioband.

De weergave van het beluisterde systeem kenmerkt zich door een lichte warmte die erg natuurlijk aandoet. Is dat nou de warmte van instrumenten en de akoestiek of is het kunstmatige warmte, veroorzaakt door een buizenversterker? Wie veel naar verschillende buizenversterkers luistert weet dat veel exemplaren (te)warm klinken en dat is zelden in overeenstemming met hoe livemuziek klinkt. Ken geeft aan dat de warmte echt vanuit de opname komt. Onnatuurlijke warmte vanuit de versterker wordt veroorzaakt door draden, condensatoren, weerstanden, transformatoren, het circuit board en het (aluminium) chassis. Alu is van nature redelijk resonant. Die factoren heeft CAT geminimaliseerd.

Om daar nog verder in te duiken is op te merken dat de circuitboards worden gemaakt uit polyamide en in de topproducten uit Teflon. Allemaal materialen met lage verliezen en veel minder slecht dan bijvoorbeeld PVC, dat iedereen toepast in kabels en andere componenten. Die betere materialen dragen bij aan transparantie. Vervolgens kun je de magnetische verliezen laag houden (hysteresis). Ook zogenaamde air core inductors (spoelen) verminderen verliezen.

Transformatoren
Een apart verhaal gaat over de transformatoren. Het is bekend dat vroegere transformatoren een veel beter geluid opleverden dan veel moderne exemplaren. Luister maar naar de beroemde Haufe-transformatoren in vintage EMT-, Telefunken-, Neumann- en Siemens microfoonversterkers en phono-versterkers. De Neumann WV2 phono is een fraai voorbeeld. Ook de beroemde Unitran-trafo’s leveren schrikbarend goede prestaties. Een oorzaak is dat vintage trafo’s over minder vervuild kernmateriaal beschikken.

De betere moderne trafo’s hebben een kern van amorf materiaal. Bekende begrippen zijn MetGlass, NanoCrystal, muMetal en Supermalloy. Heel dure materialen en dus beperkt tot kleine trafo’s. CAT is de enige fabrikant die amorfe kernen toepast in de grote uitgangstrafo’s van de push-pull versterkers. Een heel dure grap, maar met zeer positieve geluidsmatige voordelen.

Transparantie, echte neutraliteit en het doorgeven van de originele klank worden allemaal bedreigd door technieken die energie opslaan en later weer loslaten, waardoor je transparantie verliest en problemen in het tijdsdomein kunt krijgen. Dat begint al met (soms dure) kabels die van goedkope materialen zijn gebouwd zoals PVC. Wat CAT doet is alle techniek die onbedoeld energie opslaat vervangen door betere oplossingen.

Nog andere tips van CAT
CAT geeft aan dat audio-elektronica het beste presteert als er geen connectie is met de zogenaamde veiligheidsaarde. Bij de CAT-elektronica zijn dus alleen de nul en fase aangesloten in de netstekker. Dat mag in Europa omdat de power transformers in Duitsland gecertificeerd zijn voor gebruik zonder aansluiting op de veiligheidsaarde. De VDE-eisen verlangen dat er voldaan wordt aan een 4000 volt doorslagtest, waaraan CAT dus voldoet.

Gebruik geen tube dampers. Dat is logisch want die onderbreken de luchtstroom langs de buizen waardoor ze extra heet worden. Middeltjes om contacten in buisvoeten schoon te maken laten een residue achter en vernielen de contacten.

Het beste is om de versterkers te gebruiken met de bijgeleverde powercords. Andere powercords die opvallende verschillen tonen zijn vrijwel altijd slecht nieuws. Het stikt van de bedenkelijke powercords in de markt.

Powercords dienen onhoorbaar te zijn. Het is de bedoeling dat alleen de muziek hoorbaar is. CAT adviseert ESP-cords, maar iemand met oren en ervaring kan absoluut nog powercords vinden die perfect matchen met de CAT-versterkers. De review-set heeft powercords van Essential Audio Tools. Om de een of andere reden vormt dit een goede match.

De nieuwe eindversterkers

De enorme klassieke CAT-eindversterkers, met een fiks gewicht, staan nog vers in het geheugen gegrift. Denk aan de JL1 (1988) en de JL1 Signature (1999) en de enorme JL3 Signature Klasse A monoblokken uit 2007 en de JL3 Statement met 8 buizen per stereohelft. De nieuwe eindversterkers hebben een smallere footprint en een wat handelbaarder gewicht. De JL5HPA stereo triode versterker werkt met KT120 buizen, maar ook met de 6550 en KT88. Het te leveren vermogen is 200Watt en de te leveren stroom bedraagt 15A. Dat is een hoge waarde voor een buizenversterker. De JL7HPA is een triode monoblok dat 400Watt levert en een stroom van 25A. Daarna volgt The Statement HPA. Die levert 450Watt en een stroom van 50A. Bij een weerstand van 1ohm is dit 900Watt. Deze versterkers sturen dus moeiteloos luidsprekers aan met een zeer lage impedantie. De uitgangsbuizen gaan zo’n 15-20 jaar mee.

De belangrijkste innovaties en gedachten
Op de website van CAT is veel achtergrondinformatie te vinden. Daarom alleen de meest opvallende features. De JL5HPA heeft ‘Optibias HP’ en regelt automatisch de bias van de buizen. Het werkt niet zoals de automatische bias in veel andere buizenversterkers, waar soms een hele processor achter schuilt. De biasstroom wordt optimaal gehouden in relatie tot de waarde van de netspanning in huis. Feitelijk is dat ook te realiseren met vrijwel elke buizenversterker met handmatige biasinstelling. Zorg voor een apparaat dat de netspanning altijd op dezelfde waarde houdt. Regel de bias dan in op basis van die waarde. Daarmee ontstaat het beste geluid. Ook worden de buizen in de versterkers op een heel lage spanning gehouden. Dat geeft volgens CAT een optimale dynamiek en uiteraard een langer leven voor de buizen.

CAT levert momenteel als voorversterkers de SL1 Legend Black Path Extreme en de SL1 Renaissance Black Path Extreme. CAT geeft duidelijk aan dat het met betrekking tot de producten alleen maar gaat om geluidskwaliteit en niet om lifestyle en allerlei modieuze toeters en bellen.

De SL1 Legend Black Path Extreme komt met viscoelastic dempers en die komen oorspronkelijk van Rockport en worden vanaf de Signature modellen (vanaf 1991) toegepast. Dat geldt ook voor het onderdrukken van resonanties van de behuizing. Dat gaat middels panelen met constrained mode damping en die techniek werd eerder geïntroduceerd door SOTA. Dat werkt extreem goed want het zorgt voor echte demping van resonanties. Voor deze versterker is het niet nodig om te experimenteren met het hele scala van wonderonderzetters. Opvallend is de aanwezigheid van een low gain MC-step up transformator. Die wordt actief bij het inschakelen van de MC-ingang. MC-transformatoren met een lage versterking klinken beter op het gebied van dynamics, detaillering en transparantie, aldus CAT. De meeste step-up trafo’s hebben namelijk een hogere gain. Ken gaf aan dat er een betaalbaarder lijn met producten komt. Verdere informatie mag ondergetekende niet onthullen.

Luisteren
Er is hier een beschrijving van de luisterervaring van het hele systeem, zoals gegeven, hoewel uw auteur de Rockport-luidsprekers in veel verschillende configuraties wereldwijd heeft beluisterd. Dat maakt het mogelijk om voorzichtig iets op te merken over de bijdrage van de CAT-elektronica. Het te beluisteren systeem kreeg als bron het Accuphase DP-1000 (sa)cd-transport met de DC-1000 converter. Dat is een systeem dat vergelijkbaar is met de klassieke Jadis JS-1 en JD-1. Dan wel de eerste versie van de JS-1. Die set heeft eenzelfde soort magie als de Accuphase-combinatie. Het past in een tijd dat de consument terugschakelt naar fysieke media.

Er komen steeds meer muziekwinkels, zoals HMV in Den Haag en Amsterdam en de NVPI gaf aan dat de verkoop van vinyl met 21 procent is gestegen en dat de verkopen van cd’s in de lift zitten. Ook is er een grote belangstelling voor sacd’s. Vanwege de geluidskwaliteit, maar veel sacd’s zijn out of print en zeldzaam geworden. Uiteindelijk heb je een beter geluid, het is beter voor de artiest en de consument beleeft het enorme plezier om platen en cd’s te verzamelen. Platenwinkels organiseren ook steeds meer luistersessies. De luidsprekers zijn de Rockport Lynx vloerstaanders, het sublieme alternatief voor andere Amerikaanse en ook Europese systemen. Vervolgens de SL1 Legend Black Path Extreme en de JL5HPA.

Het gebeurt maar zelden dat je ergens komt en een audiosysteem speelt op een onvoorstelbaar hoog kwaliteitsniveau. Gewoon dat muziek echt communiceert en doordringt tot alle emotionele lagen in je neurale systeem. Het idee dat Yuja Wang voor je zit en de cadenza speelt uit het tweede pianoconcert van Tchaikovsky. De beschrijving van de luisterimpressie is hier bewust kort gehouden. Luisterend naar dit systeem vergeet je binnen enkele seconden het gezever over de zogenaamde ‘audiofiele parameters’. Die neem je ook niet mee als je in het Concertgebouw zit of bij de Stones in de O2 Arena.

Dit systeem hoort in het rijtje van allerbeste systemen die ondergetekende ooit heeft beluisterd. Dat komt door een zeldzame combinatie van eigenschappen die je niet heel vaak tegenkomt. Enerzijds communiceert het systeem echt de gloed en warmte van stemmen, instrumenten en de akoestiek. Veel high-end systemen doen van alles erg goed, maar hebben soms toch iets duns, missen enige harmonische rijkheid en betrekken de luisteraar soms minder bij het gebeuren. Dit systeem is enorm uitnodigend en je wordt volledig en onontkoombaar in de muziek gezogen. Het klinkt ook erg relaxed.

Anderzijds kan het systeem ook uitbreken met een enorme snelheid, dynamiek, focussering, detaillering, realisme en transparantie. Echt zoals de beste solid state versterkers en totaal weg van de kunstmatige kleuring en sloomheid van sommige buizenversterkers. Illustratief is een recente opname die gemaakt is in de fraaie akoestiek van Studio 2 in Hilversum. De sfeer en geweldige klank van de Steinway & Sons grand piano en de bass, maar ook de energie, dynamiek, het realisme en de snelheid van de percussie. Het is die combinatie van twee werelden die je niet heel snel tegenkomt en deze set een overtuigend USP geeft. Deze set vraagt een iets hogere investering. Met een parodie op een tegeltjeswijsheid valt op te merken dat kwaliteit geld kost, maar het niet investeren in kwaliteit kost kapitalen. Het is ook geen tweak-systeem, maar bedoeld voor echte muziekliefhebbers. In een beetje meewerkende akoestiek kan het gewoon neergezet worden en het presteert. Een onverwachte en waanzinnige ervaring en het verschil tussen high-end systemen die technisch alles goed doen en de apparatuur waarbij de luisteraar ook nog echt betrokken wordt.

De CAT-set is in oktober te beluisteren op DAE 2026 in kamer 41. | www.catamps.com